'Ik heb sympathie voor vervalsers'
'Ik raakte geïnteresseerd in kunstdiefstal
en kunstroof via een documentaire
op Discovery. Daar
hoorde ik voor het eerst van de
Isabella Gardner-roof, de grootste
kunstroof in de Amerikaanse geschiedenis,
waarbij dertien werken
werden gestolen, onder andere drie
van Rembrandt, vijf van Degas en een
Vermeer. Gezamenlijke waarde: 300
miljoen dollar, geen van de werken was verzekerd. Ik ben me gaan verdiepen
in het onderwerp en kwam tot
de conclusie dat het prachtig materiaal
was voor een spannend boek. De
roof gebeurde vijftien jaar geleden in
Boston en werd nooit opgelost. Hij
riep bij mij veel vragen op. Beveiligingsmedewerkers
hebben standaardprocedures
genegeerd. Waarom?
De criminelen die als politieman verkleed
waren belden ’s nachts aan bijhet museum en ze werden zomaar
binnengelaten. Nadat de ze beveiligingsmedewerkers
hadden overmeesterd,
bleven ze maar liefst 81 minuten
in het museum. Kennelijk waren ze zo
professioneel dat ze wisten dat ze
geen last zouden hebben van de
alarmsystemen. Als ze echt zo professioneel
waren, waarom sneden ze dan
een schilderij van Rembrandt uit de
lijst? De rafels hingen erbij... En zo stapelden
de vragen zich op.'
Het verhaal steunt dan wel op
feiten, maar hoe geloofwaardig
is het dat tijdens de overval een
bewaker zo stoned is dat hij in
slaap valt?
'Dat is een mooi detail. In werkelijkheid
lieten de verklede rovers de twee
aanwezige beveiligingsbeambten weten
dat ze reageerden op een oproep
vanuit het politiekantoor. Er zou rumoer
zijn gemeld in de tuin van het
museum. Ze werden zonder verdere
vragen binnengelaten en
overmeesterden de bewakers.
Zoiets pikt een lezer van
spannende boeken niet,
dacht ik. Eerst dertig pagina’s
voorbereiding voor een
roof en dan zonder probleem aanbellen
en worden binnengelaten. De werkelijkheid
was op dit punt zo onvoorstelbaar
dat ik de lezer met iets meer
moest overtuigen. Mijn eerste idee was
om een van de bewakers een jointje te
laten roken. Te ongeloofwaardig,
dacht ik achteraf. Ik kon het eenvoudigweg
niet voor me zien. Uiteindelijk
liet ik een van de beveiligingsbeambten
een sixpack bier opdrinken om
zijn onachtzaamheid te rechtvaardigen.
Maar drie maanden voordat ik de
definitieve versie van Vals beeld inleverde,
gaf een van de twee beveiligingsbeambten
een anoniem interview
in de Boston Globe. Je voelt ’m al
aankomen: hij gaf toe destijds af en
toe stoned op zijn werk te zijn verschenen.
Voor hij, zoals hij het zelf formuleerde,
‘aan de saaiste baan ter wereld
begon’ rookte hij soms een
jointje. Hoewel hij stellig ontkent tijdens
de nacht van de roof stoned te
zijn geweest, is mijn personage dat uiteindelijk
wel. In werkelijkheid is de
man zelfs even in slaap gevallen tijdens
de roof. Tja, waarom was hij zo
slaperig, denk ik dan.'
Opvallend in uw twee romans is
de mix van koele humor en
ernst. En vooral de kleurrijke
personages.
'Voor mij liggen die dingen erg dichtbij elkaar. In Vals beeld komt een
schilderij van Henri Matisse ter sprake:
Odalisk in rode broek. Dat hing
minstens twee jaar in een museum in
Caracas toen plotseling een galeriehouder
in Miami eenzelfde exemplaar
onder ogen kreeg. Iemand wilde het
doek verkopen, en de potentiële kopers
wilden zeker zijn dat ze een echte
Matisse kochten. De galeriehouder
vermoedde dat de Matisse echt was en
nam contact op met het museum in
Caracas, omdat hij wist dat zij het origineel
claimden. Al snel bleek dat er
in het museum al die tijd een niet al
te beste vervalsing had gehangen. De
doeken zijn dus op zeker moment verwisseld.
Ik heb een aantal verschillen
in Vals beeld beschreven en ook beelden
van de twee versies gezien. Nadat
bekend was dat Caracas misschien
zelfs wel vijf jaar deze vervalsing aan
het publiek had getoond, sprak de
toenmalige directrice van het museum
van een ‘schandalige en gebrekkige
vervalsing’. Ze noemde
het ene na het andere verschil
met het origineel op. Ik
zag haar op de televisie en
dacht bij ieder voorbeeld dat
ze gaf: waarom doe je dit jezelf
aan? Jij bent directeur en hebt iedere
dag langs dit doek gelopen zonder
er ooit iets vreemds aan te zien.
Met ieder argument dat je geeft om de
vervalsing achteraf te kleineren, maak
je in wezen jezelf belachelijk. Ik zag
dus inderdaad een soort zwarte humor
in de ernst waarmee deze vrouw'haar verhaal deed. Ze trok op geen
enkel moment het boetekleed aan,
maar was als een klein kind boos op
het valse schilderij.'
Net als in Groene vrijdag blijkt
dat u sympathie hebt voor
underdogs.
'Dat klopt wel, ja. Andersom zou je
kunnen zeggen: ik hou niet van Tom
Clancy-helden, alleskunners zonder
zwakte. Ik denk trouwens dat de meeste
mensen sympathie hebben voor de
underdog.'
En ze zijn ook niet echt de grote
misdadigers in Vals beeld. Meer
wat domme, simpele zielen?
'Ouelette en Cazale zijn niet de snuggersten
van de klas. Fish is niet dom,
wel tamelijk naïef. Hoewel verblind
door de belofte van vijf miljoen dollar,
is Bloom de slimste van het stel. Hij
heeft jarenlang de kunstwereld bedrogen
door ‘nieuwe’ werken in de stijl
van grootheden als Matisse, Chagall en
Giacometti als ‘nieuw ontdekte meesterwerken’ bij veilinghuizen als Christie’s
en Sotheby’s in te brengen. Voor de
achtergrond van Bloom en Fish heb ik
ook gebruikgemaakt van de werkelijkheid.
Ik heb veel gelezen over meestervervalsers
als Geert Jan Jansen, John
Myatt en zijn partner John Drewe. Om
even over te schakelen op die werkelijkheid:
de Brit John Drewe vervalste
echtheidscertificaten om de ‘nieuwe’
werken te vergezellen naar de veilinghuizen.
Tot zelfs valse brieven tussen familieleden
van de kunstenaar in kwestie.
Ook doneerde hij eens 20.000 pond
aan de Tate Gallery in Londen, waarna
hij toegang kreeg tot hun archieven. Hij
vulde die aan met nieuw werk van zijn
partner Myatt in de stijl van eerder ge
noemde kunstenaars, en met documenten
die hun echtheid bewezen. Je
zou kunnen zeggen dat die werken zo
een levensloop kregen. Inmiddels zijn
Drewe, Myatt en ook Geert Jan Jansen
tegen de lamp gelopen, maar gezien het
voorgaande kun je ervan op aan dat er
door hun toedoen de nodige ‘valse’
kunst in catalogi en in musea staat en
hangt. Denk aan Caracas in mijn thriller,
het is realiteit.'
In uw boek is Elijah Fish zelfs
een goede ziel die beloond wordt.
'Hij is de meestervervalser in Vals
beeld en ik heb veel sympathie voor
hem. Die heb ik ook voor Geert Jan
Jansen, die mijn boek als manuscript
las en er zeer over te spreken was.
Waar mijn sympathie voor de vervalser
vandaan komt? Ik vind iemand als Jansen ten eerste een zeer getalenteerd
kunstenaar. Karel Appel zag ooit
een ‘valse’ Appel van Jansen aan voor
werk dat hij zelf had gemaakt. Mijn
sympathie komt ook voort uit de manier
waarop vervalsers soms werken.
Met spotgoedkope verf, soms ook KY
gel (een steriel glijmiddel dat bij gynaecologisch
onderzoek wordt gebruikt,
FB), en om de werken er oud
en authentiek uit te laten zien, smeren
ze ze in met koffie en zelfs tuinaarde
en stofzuigerstof. De kinderlijke
eenvoud van die methoden, gecombineerd
met het feit dat vervolgens deftige
heren en dames in dure pakken
het laten passeren bij vooraanstaande
veilinghuizen, brengt een glimlach op
mijn lippen. Echte kenners zijn er
blijkbaar nauwelijks, dat bewijst ook
de manier waarop zowel het duo Drewe-
Myatt als Jansen uiteindelijk zijn
gepakt. In beide gevallen had het niets
te maken met de kwaliteit van hun
schilderijen. Jansen liep tegen de lamp
omdat hij een spelfout maakte in een
vals document bij een Marc Chagallvervalsing,
en de praktijken van Drewe
en Myatt hielden op toen Drewe
het uitmaakte met zijn vriendin, en
deze boos met een pak documenten
op zak naar de politie en naar de Tate
Gallery stapte.'
Sommige personages hebben
iets van de mensen die bij
Elmore Leonard of Chester
Himes rondlopen.
'Dat vind ik een prachtig compliment.
Vooral Elmore Leonard vind ik
een geweldige schrijver, zijn personages
en dialogen zijn meesterlijk en hij
is de kunst van het weglaten meester
als geen ander.'
Ik vroeg me af of u zo’n
museumroof nu al dan niet
ernstig neemt.
'Ik neem de roof zeker ernstig. Maar
door de manier waarop hij gebeurde,
lijkt het misschien dat ik er licht over
ga. Dat is niet zo. De feiten tonen dat
er heel veel mis was met de beveiliging.
Daarnaast geven de uit de lijst
gesneden Rembrandt en de bewaker
die soms stoned aan het werk ging in
het museum het geheel misschien een
‘licht’ karakter. Nu is het ook zo dat bij
dat soort diefstal in de regel nooit doden
vallen. Wat ‘experts’ betreft, ben
ik nogal cynisch. Maar wat wil je: ik
zag een documentaire waarin drie experts
vijf werken van Appel voorgelegd
kregen.
Sommige echt,
andere van
meestervervalser
Geert Jan Jansen.
De experts
wisten dat het
een test was, en dat niet alle werken
echt waren. Geen van allen slaagde
erin ze alle vijf juist te beoordelen. En
dan heb je het alleen over de dappere
experts die aan de test durfden mee
te doen... Mijn conclusie: het woord
‘expert’ kan beter tussen aanhalingstekens
staan.
Ik heb me heel goed geamuseerd
met het schrijven, ook omdat ik
schoon en zonder veel vooroordelen
in het onderwerp stapte. Natuurlijk
is kunst handel, dat blijkt
wel uit het feit dat bij vervalsingen
de echtheidscertificaten en de valse
handtekening het belangrijkst
zijn. Veel mensen willen het ‘merk’
Matisse kopen, niet zozeer een
mooi schilderij. Het gaat vaak om
schijn, net als bij merkkleding. Zelf
kocht ik een Matisse van Geert Jan
Jansen. Geen echte dus, maar wel
een heel mooie. Ik geloof ook wel
dat verzekerde kunst diefstal in de
hand kan werken. Het lijkt me aannemelijker
dat een verzekeringsmaatschappij
met criminelen zalonderhandelen over losgeld, eerder
dan een museum. Musea onderhandelen
vaak uit principe niet
over gestolen kunst. Verzekeringsmaatschappijen
zullen het waarschijnlijk
ontkennen, maar ik denk
dat ze liever een miljoen uitkeren
aan een crimineel in ruil voor teruggave
van de gestolen partij, dan
30 miljoen schadevergoeding aan
een gedupeerd museum.'
Nederlandse en Vlaamse
misdaadschrijvers blijven
meestal dicht bij huis voor de
achtergrond van hun boeken. U
doet het anders. Zijn
Amerikaanse auteurs dan niet
meteen uw concurrenten?
'Amerika is een land van tegenstellingen,
van extremen. Ik hou van de georganiseerde
chaos in Manhattan. Ook
Boston, waar Vals beeld zich deels afspeelt,
vind ik een mooie stad. Ik heb
lang genoeg in de VS gewoond om erover
te kunnen schrijven, bovendien is
mijn vrouw Amerikaanse. Op dit moment
ben ik nog niet met een nieuwe
thriller bezig, maar ik denk wel dat hij
opnieuw in de Verenigde Staten zal
spelen. Wat de concurrentie met de VS
betreft: die is er sowieso, daar ontkomen
de Belgen en de Nederlanders
toch niet aan. Er is denk ik maar één
manier om uiteindelijk boven te drijven:
hard werken en met ieder boek
kwaliteit leveren. Een goede plot is een
goede plot, of een boek nu in Nederland,
België of Amerika speelt.'
Uw vader, Jacques, was een
bekend misdaadschrijver. Heeft
hij over uw schouder
meegelezen?
'Hij heeft allebei mijn boeken gelezen,
maar pas nadat ik het manuscript
had voltooid, en ja, ik heb ook
al zijn boeken met plezier gelezen.
Het eerste hoofdstuk van Groene vrijdag
heb ik opgestuurd naar Nicci
French. Ik had ze leren kennen via een
interview en ze vroegen mij of ik ook
schreef. Mijn eerste hoofdstuk was pas
af en ze reageerden bijzonder positief.
Een enorme stimulans voor mij.
Ik maak zelf alleen het onderscheid
tussen goede en slechte boeken, met
genreaanduidingen als literaire thriller
en het onderscheid tussen roman
en thriller ben ik niet zo bezig. Ik
hoop dat mensen plezier beleven aan
mijn boeken, dat is het voornaamste.
Hetzelfde geldt voor mooie muziek.
Wanneer ik een mooi liedje hoor op
de radio, ga ik ook niet meteen analyseren
en benoemen. Dan geniet ik alleen
maar. Net als van die Matisse hier
in de woonkamer.'
Fred Braeckman, De Morgen 25-1-'06